Wednesday, August 16, 2006

Aan De Stegge en distributiekosten Boekhoorn's gratis krant

Van Telfort naar gratis PCM-krant

Ton aan de Stegge en Marcel Boekhoorn maakten van Telfort recht-door-zee met eenvoud als belangrijkste kenmerk een bedrijf van 1 miljard. Gaan ze samen de eerste gratis huis-aan-huis krant in Nederland bezorgen. (4.8.2006)

Planet Multimedia, uitgave van Planet Internet, haalt de langjarige relatie van beide heren naar voren bij een nadere beschouwing van het plan van Marcel Boekhoorn om, eventueel met Jort Kelder aan het roer, een gratis krant te gaan uitgeven.

Aan de Stegge was zes jaar algemeen directeur van Telfort, waar Boekhoorn een kleine drie jaar de meerderheid van de aandelen bezat. Samen verkochten ze Telfort aan KPN en werden multimiljonair.

Nu wil Boekhoorn een gratis huis-aan-huis krant van de grond trekken. En zo'n soort plan legde Theo Bouwman bij PCM in de koelkast. Aan de Stegge haalt het daar weer uit. En belt met Boekhoorn als hij terug is van vakantie.

Het hele verhaal valt of staat met de distributiekosten. Daar buigen beide heren zich over, nu nog apart.

Body (NRC) van 20d naar 150d

fin advertentieopbrengsten
uitgever BSL
lancering september 20.000 (doel 150.000)
doelgroep: vrouwen, moeders met jonge kinderen

PCM brengt blad voor wachtkamer
Door een onzer redacteuren
Rotterdam, 16 aug. Uitgeefconcern PCM, eigenaar van onder meer NRC Handelsblad, de Volkskrant en uitgeverij Meulenhoff, komt vanaf september met een nieuw gratis maandblad, genaamd Body.

Het blad zal worden verspreid in de wachtkamers van ziekenhuizen en huisartspraktijken, aanvankelijk in een oplage van 20.000 exemplaren. De bedoeling is dat de oplage uiteindelijk tot 150.000 exemplaren wordt opgevoerd. Het blad wordt uitgegeven door Bohn Stafleu van Loghum.

Volgens een woordvoerder van PCM wordt Body een blad over gezondheid dat vooral zal berichten over onderwerpen die interessant zijn voor vrouwen en moeders met jonge kinderen. „Dat is toch de groep die je het meest aantreft in de wachtkamer.”

Omdat in de wachtkamer nu vooral oude tijdschriften liggen, is PCM overtuigd van de potentie van het nieuwe blad, dat bekostigd zal worden uit de advertentieopbrengsten. „Dit is een gat in de markt”, aldus de woordvoerder van het concern.

150.000 kranten per dag in het buitenland

De krant op de camping

Nederlandse uitgevers verdienen niets aan dagbladen op locatie

Nederlandse uitgevers verkopen in de zomer 150.000 kranten per dag in het buitenland. Dat doen ze vooral om reclame te maken.

Wat uitgeefconcern PCM betreft is deze week de zomervakantie begonnen. Dat betekent niet alleen dat kranten als de Volkskrant, NRC Handelsblad en Algemeen Dagblad de komende maanden in een compactere versie verschijnen. Ook de logistieke operatie om Nederlanders in den vreemde van een krant te voorzien is van start gegaan. Vanuit Amsterdam vertrekken vliegtuigen en vrachtwagens, terwijl afgelopen maandag in Barcelona de eerste exemplaren van het AD van de persen rolden.

Hans Toor is bij PCM verantwoordelijk voor de verkoop in het buitenland. Hij vertelt dat er dagelijks 6.000 tot 8.000 ADs worden gedrukt in Spanje. Daarmee bedienen we de belangrijkste vakantieplaatsen aan de costas. Heel Spanje binnen een dag voorzien van een actuele krant lukt niet.

In totaal zet PCM in het buitenland per dag ongeveer 50.000 kranten af tijdens de zomermaanden. Het AD neemt van dit aantal tweederde voor zijn rekening, de Volkskrant de rest. Omdat NRC Handelsblad een middagkrant is, wordt die nauwelijks geëxporteerd. Het nieuws zou bijna overal pas een dag later aankomen.

Het merendeel van de kranten wordt gedrukt in Nederland en wordt over de weg vervoerd naar landen als België, Duitsland en Frankrijk. De uitgever verdient niet veel aan deze exodus van papier. Maar vooral het drukken van zon kleine oplage in Spanje is duur, zegt Toor. De prijs per nummer is veel hoger dan wanneer je er zoals in Nederland honderdduizenden drukt.

Waarom doet PCM dan toch de moeite om in de buitenlandse kiosken aanwezig te zijn? Toor: Het is een gebaar naar onze lezers, die ook op vakantie hun krant willen lezen. Verder is het niet goed als Nederlanders in het buitenland alleen De Telegraaf zien liggen. De verkopen van PCM dalen de afgelopen jaren licht. Dat komt mede door de concurrentie van De Telegraaf, aldus Toor.

Dat de afzet van zijn krant in de vakantielanden groeit, kan Frank Volmer, algemeen directeur van Uitgeversmaatschappij De Telegraaf, bevestigen. De in het buitenland verspreide oplage van De Telegraaf ligt rond de 100.000 per dag, met uitschieters naar 125.000 in het weekend.

Ook bij De Telegraaf wordt nauwelijks verdiend aan de verkoop aan vakantiegangers, zegt Volmer. Als het goed gaat, halen we de kosten eruit. We drukken op zeven plaatsen in het buitenland en maken gebruik van lokale distributienetwerken. Dat is duur.

Toch is de operatie de moeite waard, denkt Volmer. In de landen rond de Middellandse Zee zijn wij meestal de enige Nederlandse krant die op de dag van verschijnen te koop is. Dat betekent dat mensen die ons thuis niet lezen eerder geneigd zijn dat op vakantie wel te doen. Je hebt liever een actuele Telegraaf dan een Volkskrant van een dag oud. Zo bereik je een nieuwe groep potentiële klanten.

Het draait dus allemaal om marketing, aldus Volmer. De TMG hoopt dat mensen die op vakantie de krant hebben leren kennen ook in Nederland de Telegraaf blijven lezen. De vakantie is een ideale tijd om je product aan mensen voor te stellen. Dan hebben ze tenminste tijd om te lezen,

Voor veel Nederlanders in het buitenland is naast een krant Radio Nederland Wereldomroep de belangrijkste bron van nieuws. Deze maand nam de omroep een nieuw initiatief: het rondsturen per e-mail van een printkrant van zes paginas. De krant wordt verzonden naar campings en hotels waar veel Nederlanders komen. Volgens hoofdredacteur Joop Daalmeijer voorziet de Wereldomroep in een aanzienlijke behoefte. Op dit moment hebben ongeveer 1.800 vakantieoorden gevraagd de krant te mogen ontvangen. Het gaat vooral om campings en hotels in Oost-Europa. Daar is de dekking van de Nederlandse dagbladen niet zo goed.

Daalmeijer heeft gehoord van campingeigenaren die de krant elke ochtend uitprinten en langsbrengen bij hun Nederlandse gasten. Toch zegt hij dat de Nederlandse uitgevers zich geen zorgen hoeven te maken. We zijn niet van plan om het krantje echt te gaan drukken. Ook komen er geen advertenties in te staan. Onze organisatie gaat het slechts om het verspreiden van het nieuws. Winst mogen en willen we niet maken.

Venture Capitalists invest 22mld euro in NL bedrijven

Durfinvesteerders hebben dit jaar voor meer dan 22 miljard euro Nederlandse bedrijven gekocht. Een op de vijftig Nederlandse werknemers is inmiddels in dienst bij een bedrijf dat eigendom is van een kapitaalkrachtige investeerder die hoog rendement eist. Vendex KBB, VNU, PCM Uitgevers, de kabelnetwerken van Essent en Casema en de halfgeleiderdivisie van Philips komen in handen van investeerders. Wat zijn de gevolgen voor managers en werknemers? Deel 3 van een serie. Vandaag: bouwen en breken bij Wavin en Acordis. Eerdere afleveringen verschenen op 5 en 9 augustus en staan op www.nrc.nl.

Geef de krant meer toegevoegde waarde

Wabe van Enk

Voor de toekomst van de kwaliteitsmedia is het belangrijk is dat uitgevers en journalisten samenwerken, meent

Wabe van Enk als reactie op een essay van Warna Oosterbaan en Hans Wansink.

Warna Oosterbaan en Hans Wansink maken zich terecht zorgen over de dagbladen (M, 5 augustus). Het artikel spreekt over de recente saneringen bij Trouw en het gefuseerde AD.

Daartegenover staat volgens de auteurs het gouden tijdperk van dagbladjournalisten tussen 1975-2000. Dit is een onjuiste weergave. De problemen van Trouw (en Het Parool) dateren uit de jaren 80, en die van het AD uit de jaren 90. Ook internationaal kwamen kwaliteitskranten in die periode in de problemen (onder meer Le Monde). Bij de Volkskrant en NRC Handelsblad stegen de betaalde oplagen, maar het was niet zo dat uitgevers slapend rijk werden, zoals de auteurs stellen. De toenmalige eigenaar van NRC Handelsblad, Reed Elsevier, vond het rendement op de dagbladen te laag ten opzichte van hun wetenschappelijke en vakinformatie en besloot tot verkoop.

Anders dan de auteurs denken is ook niet het rendement van dagbladen uit het verleden reden voor Angelsaksische investeringsbladen om toe te happen (PCM en Het Limburgs Dagblad/Limburger). Zij kiezen bij voorkeur bedrijven waarbij zij de winst in enkele jaren kunnen opkrikken. Daarvoor zien zij in krantenland veel mogelijkheden, omdat de structuur uit het verleden eerder verlammend dan ondernemend is geweest. Redacties en commerciële afdelingen trokken zich met redactiestatuten en CAOs terug op eilanden, terwijl directies vaak samen met stichtingen als eigenaar vonden dat het hun tijd wel zou duren. Daarom bleven Trouw, Het Parool en het AD doorvaren, terwijl alle buitenstaanders de ijsschotsen zagen opdoemen.

Uit de analyse van die investeerders valt op te maken dat saneringen in de dagbladwereld half zijn doorgevoerd. De compassie van de auteurs met Trouw en het AD is dan ook meer toe te schrijven aan collegialiteit dan aan realiteit. Veel dagbladjournalisten doen nu denken aan de vroegere grafici. Dat waren ook echte vakmensen. Hun toegevoegde waarde ging door de vooruitgang teloor, maar op grond van rechten uit het verleden behielden zij nog lange tijd een kunstmatige baan.

Gelukkig zien nu ook journalisten dat dagbladen van koers moeten veranderen. Nieuwe media en gratis kranten snoepen abonnees weg. Jaarlijks nemen duizenden abonnees afscheid van het gewone NRC Handelsblad-abonnement. Met nrc.next, weekend- en internetabonnementen probeert de uitgever het tij te keren. De belangen zijn zo groot dat het moeilijk is over te gaan tot een fundamentele analyse. Oosterbaan en Wansink doen dat echter wel: hoe erg is het is wanneer mensen op een andere manier informatie vergaren?

De eerste pijnlijke conclusie kan zijn dat veel informatie beter via andere kanalen kan worden verspreid dan via kranten. Een voorbeeld is de consumenteninformatie, waaraan bijvoorbeeld het AD vroeger zijn toegevoegde waarde voor een groot deel ontleende. Testen van autos, fotocameras tot oliebollen zijn zinvol op een moment dat je wilt kopen. Gericht zoeken op internet op het moment dat het je past, levert meer informatie op.

Ook de rol van correspondenten is veranderd nu elke lezer toegang heeft tot nieuwszenders en websites in westerse landen. Wat is de toegevoegde waarde van een correspondent van NRC Handelsblad die als honderdste journalist premier Blair aanhoort, terwijl de lezer Blair zelf ook kan horen en zien?

Er zijn echter ook belangrijke punten waarin kranten scoren boven veel andere media. Oosterbaan en Wansink citeren Bill Kovach met de missie van de journalistiek, vrij samengevat in onafhankelijk, deskundig en betrouwbaar. Op die kernwaarden hebben kranten zoals NRC Handelsblad een langjarige voorsprong. De kunst is dat beter voor het voetlicht te brengen. Oosterbaan en Wansink zoeken het in een compactere krant.

Dat doet de vraag reizen waarom die kranten zo dik zijn geworden. In de jaren 90 bleek dat de interesses van lezersgroepen meer en meer uiteen gingen lopen. Extra investeren in een correspondent leverde geen lezer of adverteerder meer op, maar een katern met een gezonde advertentiebasis was een extra inkomstenbron plus arbeidsplaats(en). Uitgever en hoofdredactie vonden elkaar zo vrijwel altijd.

Er is één uitzondering. NRC Handelsblad verzette zich tegen het maken van een reiskatern. De doelgroep van deze krant is de meest internationaal gerichte en adverteerders hebben behoefte aan een passende redactionele omgeving, dus dit zou een gouden katern kunnen worden. Toch vond de redactie dat van een lezer van NRC Handelsblad een zelfstandige keuze van zijn reisbestemming verwacht mocht worden. Daar had hij geen NRC Handelsblad-redactie voor nodig.

Maar bij allerlei andere lifestyle ging het moeilijker. De nadelen zijn gering. Kranten selecteren gemakkelijker dan andere media. In fracties van seconden kun je paginas met tientallen berichten scannen of hele katernen terzijde schuiven. Dat er mensen zijn die liever een dunne krant willen is even relevant als wanneer iemand zegt graag een krant zonder advertenties te hebben. Een dunne krant zal in de meeste gevallen duurder zijn.

De rode draad bij Oosterbaan en Wansink is dat door verbreding de kernwaarden van Kovach afnemen. NRC Handelsblad zou terug moeten naar drie zwaartepunten: politiek, economie en cultuur. Het is een pleidooi voor een verdieping, in plaats van de constante verbreding die geen abonnees meer oplevert. Het gevolg zou kunnen zijn dat de abonnementsprijs omhoog moet en er in eerste instantie nog meer abonnees afhaken. Dit vergt een revolutie in het denken van uitgevers die mede door de wet- en regelgeving geheel gericht zijn op abonneewinst. Door de opkomst van gratis media is echter een nieuwe focus op toegevoegde waarde nodig.

Twee recente voorbeelden kunnen dit beeld versterken. Vorige week zaterdag bracht NRC Handelsblad een eigen onderzoek naar de gevolgen van private equity investeringsmaatschappijen. Dat is een voorbeeld van een bijdrage die past in de door Oosterbaan en Wansink beschreven missie van de journalistiek. Helaas komt zon artikel sporadisch voor. Is het mogelijk om de helft van de kopijstroom van economie (die overal verkrijgbaar is) te schrappen en dan een kwart meer van dit soort artikelen te krijgen?

Ongetwijfeld ook veel tijd heeft het onderzoek van NRC Handelsblad gekost naar het privé-gebruik van de dienstauto van minister Veerman. Het artikel is op zich een journalistiek succes: vaak geciteerd met bronvermelding en na het zomerreces komt er ook nog een debat over in de Tweede Kamer. Maar past niet beter bij het karakter van NRC Handelsblad dat deze krant een analyse maakt van de departementen, liefst met internationale vergelijkingen? Inzicht in investeringsmaatschappijen of departementen geeft de abonnee een intellectuele voorsprong in een debat. Voor zon unique sellingpoint is zelfs een Angelsaksische uitgever gevoelig.

Hoe belangrijk het pleidooi van Oosterbaan en Wansink voor kwaliteitsjournalistiek ook is, het slaat met de economische onderbouwing ervan de plank mis. Daarom is de kans groot dat hun argumentatie de beslissers niet bereikt, terwijl het voor de toekomst van de kwaliteitsmedia nu juist zo belangrijk is dat uitgevers en journalisten samenwerken.

Info: Wabe van Enk is oud-redacteur economie van NRC Handelsblad en thans hoofdredacteur/directeur van onderzoeksorganisatie PropertyNL.com. Het artikel van Oosterbaan en Wansink is na te lezen op www.nrc.nl/opinie.